De negatie - oefeningen

test: de negatie

 

 

Mets les phrases à la forme négatives

 

 

  1. Ik heb een mes nodig.
  2. Ze tennist elke dag.
  3. Ze woont ver van de de supermarkt.
  4. Ze moet naar huis gaan.
  5. Ik wil Nederlands leren.
  6. Ze drinkt altijd fruitsap.
  7. Mevrouw Smet is ziek.
  8. Ze heeft 4 kinderen.
  9. Ik werk.
  10. Ik eet appels.

 

Réponds négativement aux questions:

 

  1. Daag, Ben je Thomas? ..............
  2. Ben je de broer van Jessica? ...............
  3. Ben je 1m50 groot? ..............
  4. Wil je naar muziek luisteren? .........
  5. Heb je een olifant thuis? .............